9 * onrechtmatige-overheidsdaad-onjuiste-informatie-en-onjuiste-vergunning Onrechtmatige overheidsdaad: onjuiste informatie en onjuiste vergunning

Onrechtmatige overheidsdaad: onjuiste informatie en onjuiste vergunning

Twee recente uitspraken van rechtbanken met deze varianten van onrechtmatige overheidsdaad. Allereerst de rechtbank Middelburg: in een kwestie met een lange voorgeschiedenis, bestaande uit talloze bestuursrechtelijke schermutselingen, dolf discotheek 't Mollekot in Sluis uiteindelijk het onderspit en moest sluiten. De exploitant sprak de gemeente vervolgens aan op onrechtmatig handelen.

 

De exploitant verweet de gemeente dat de gemeente voorafgaand aan de koop van de discotheek, maar ook later, steeds ten onrechte had gemeld dat exploitatie was toegestaan en daarvoor ook (ten onrechte) vergunning had verleend. Die vergunning was uiteindelijk als gevolg van een uitspraak van de Raad van State ingetrokken. Voor onrechtmatigheid nam de rechtbank als crux aan dat de gemeente vergunningen had verleend terwijl enkele weken later een bestemmingsplan van kracht werd die dat niet meer mogelijk zou maken. Daardoor was de exploitant 'op het verkeerde been gezet' met mogelijk aanzienlijke en nutteloze investeringen als gevolg. Hoewel een dergelijke onrechtmatigheid al bijzonder is, zal het causaal verband ook nog een flink obstakel zijn voor daadwerkelijke schadevergoeding.

 

Iets simpeler en anders lag het bij de rechtbank Almelo: een boer begon met de sloop en nieuwbouw van zijn boerderij waartoe hem vergunningen waren verleend. De bouwvergunning was echter nog niet definitief en op verzoek van de buurvrouw werd geschorst. In bezwaar trok de gemeente deze vergunning alsnog in. Dat hield stand bij de Raad van State aangezien het bouwplan niet in het bestemmingsplan paste. Na een bestemmingsplanwijziging kreeg de boer alsnog vergunning. De wijze van verlening van de ingetrokken bouwvergunning achtte de boer echter onrechtmatig.

 

In navolging van de Hoge Raad (Boeder/Staat) nam de rechtbank onrechtmatigheid aan. Die was gelegen in de onjuiste uitleg van het bestemmingsplan door de gemeente. Bij de gevorderde schadeposten sprong die met nodeloos gemaakte bouwkosten in het oog. Eerder had de Hoge Raad bepaald (Schuttersduin) dat het bouwen op grond van een nog niet onherroepelijke bouwvergunning voor risico van de bouwer is. Maar in dit geval was gebouwd na afloop van de bezwarentermijn en had de boer geen weet gehad van een ingediend bezwaar. Toch behoefde de schade volgens de rechtbank niet geheel voor risico van de boer te komen: gebleken was dat de gemeente hem ten onrechte niet voor de hoorzitting voor  het ingediende bezwaar had uitgenodigd waardoor de boer geen weet had van ingediend bezwaar. Dat nalaten van de gemeente achtte de rechtbank een zelfstandige onrechtmatige daad en was bovendien doorslaggevend voor het oordeel van de rechtbank dat de boer had mogen vertrouwen op een onherroepelijke bouwvergunning.