8 * rechter-verbiedt-pilot-mengvormen-horeca Rechter verbiedt pilot mengvormen horeca

Rechter verbiedt pilot mengvormen horeca

 

Met nogal harde bewoordingen heeft de Utrechtse bestuursrechter op verzoek van de SlijtersUnie een pilot van de gemeente Nieuwegein verboden. “De activiteiten zijn niet alleen in strijd met "de letter van de wet", maar gewoon in strijd met de wet”, aldus de rechter. En: “Het is aan de nationale wetgever om de regels te bepalen, niet aan de gemeentelijke bestuursorganen.”. Voorts: “Zoals hiervoor is overwogen, is de pilot onmiskenbaar een overtreding van de DHw.”.

 

Om wat voor een pilot ging het? De gemeente Nieuwegein wilde op beperkte schaal en voor een beperkte periode mengvormen voor horeca activiteiten toestaan die afwijken van de Drank- en Horecawet. Deze wet voorziet in de verkoop van alcoholische drank door alleen slijters en andere vergunninghouders; daarnaast mogen alleen horecaondernemers alcoholische drank tegen betaling schenken. Mengvormen doorbreken enerzijds de functiescheiding tussen verkoop en schenken van alcoholische dranken en anderzijds de scheiding tussen slijters/horecaondernemers en andere ondernemers. Op basis van de pilot zou bijvoorbeeld een bloemist of kapper een (goed) glas wijn kunnen schenken of een slijter ter plekke tegen betaling alcohol houdende drank kunnen laten consumeren. De gemeente was namelijk van mening dat de DHw achterhaald was en niet meer passend binnen deze tijd. Door de pilot zou de gemeente in staat zijn belangwekkende inzichten te verkrijgen over de gevolgen van mengvormen.

 

Die mening baseerde de gemeente op een brede pilot van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten waarbij de VNG dit standpunt ook gepropageerd had. Tegen deze actie van de VNG was ook de SlijtersUnie kort eerder vergeefs bij de Haagse kort-gedingrechter opgekomen: primair zijn de individuele gemeenten verantwoordelijk voor handhaving van de DHw en niet de VNG. Anders dan de Utrechtse bestuursrechter oordeelde, kon niet elke mengvorm, waartoe de VNG opriep om mee te experimenteren, steeds en zonder meer als overtreding van de DHw worden beschouwd. Zodoende handelde de VNG inderdaad visie van deze Haagse niet onrechtmatig.

 

Interessant is voorts dat onder meer de Amsterdamse pilot met mengvormen horeca ook in de Utrechtse uitspraak aan bod komt. Gelet op de hiervoor weergegeven overwegingen kan die Amsterdamse praktijk klaarblijkelijk niet door de beugel van de Utrechtse bestuursrechter. Gelet op recente antwoorden op Kamervragen door de verantwoordelijk staatssecretaris lijken die overwegingen juist. Want wederom de Utrechtse bestuursrechter: “In de DHw gaat het om medebewind. De rijksoverheid stelt de regels, de gemeentelijke autoriteiten gaan over de vergunningen, houden het toezicht en voeren de handhaving uit.”

 

Pilots van mengvormen met alcoholische drankverkoop lijken dus niet toegestaan. In geval van dergelijke verkoop zal dus gehandhaafd moeten worden door een gemeente, al dan niet op verzoek van een belanghebbende. Of de DHw moet veranderen.