7 * wetgeving-misbruik-wob wetgeving misbruik Wob

wetgeving misbruik Wob

De uitspraak van de Rotterdamse bestuursrechter was een fraai voorbeeld van misbruik van recht bij een Wob-verzoek: verzoeker stuurde naar meer dan 300 gemeenten een nogal uitgebreide vragenlijst over het bereik en de toepassing van Wob-verzoeken in de betreffende gemeente. Dat zou moeten uitmonden in een vergelijkend onderzoek waarover hij een boek wilde schrijven. Omdat de vragen van verzoeker niet altijd eenduidig te beantwoorden waren, haalden veel gemeenten niet de beslistermijn. Dan kan onder bepaalde voorwaarden aanspraak gemaakt worden op een dwangsom vanwege niet tijdig beslissen. De verzoekende onderzoeker deed dat ook. Dat wekte echter argwaan bij de bestuursrechter: desgevraagd kon verzoeker geen onderzoeksplan voor zijn boek laten zien. Hoewel twijfelachtig, vond de rechter dit nog niet voldoende om tot kwade trouw te concluderen. Wel vond de rechter dat ik samenhang met het feit dat verzoeker sinds 1 juli 2015 betrokken was in zo'n 60 uitspraken over dwangsommen. Dit maakte dat het verzoeker klaarblijkelijk slechts te doen was om dwangsommen.

 

Dergelijk misbruik beoogt het wetsvoorstel Wijziging van de Wet openbaarheid van bestuur te voorkomen. Dat zal per 1 oktober 2016 in werking treden. Daarmee zal de dwangsommenregeling niet langer van toepassing zijn op Wob-verzoeken. Wel heeft een verzoeker twee andere remedies tegen niet tijdig beslissen: indiening van een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan zelf of instellen van beroep bij de rechter.Terzijde: verondersteld moet worden dat op het bezwaarschrift de dwangsommenregeling wel en alsnog van toepassing is.

 

Tenslotte: het wetsvoorstel voorziet in een tijdige regeling waartoe het initiatief wetsvoorstel Wet open overheid uit 2012 strekt dat in april 2016 is aangenomen. Uiteindelijk zal de Wob in deze bredere Woo opgaan.