7 * rechtspraak-onrechtmatige-overheidsbesluitvorming rechtspraak onrechtmatige overheidsbesluitvorming

rechtspraak onrechtmatige overheidsbesluitvorming

Met een recent arrest van de Hoge Raad wordt de rechtspraak van de Hoge Raad op het terrein van onrechtmatige besluitvorming door de overheid uitgewerkt en bevestigd. Wat was de casus die daartoe aanleiding gaf?

 

De eigenaar van een windmolen vorderde van een gemeente schadevergoeding vanwege een onterecht geweigerde bouwvergunning en daardoor misgelopen subsidie.De grondeigenaar was aanvrager van de vergunning geweest en daardoor stond vast dat de eigenaar van de windmolen geen belanghebbende in de zin van de Awb was. Rechtbank en hof wezen de schadevergoedingsvordering af. Het hof had daarbij overwogen dat de door eisers gestelde normschendingen slechts strekken ter bescherming van de belangen van belanghebbenden als bedoeld in de art. 1:2 Awb.

 

Dat was voor de Hoge Raad te kort door de bocht. Teruggrijpend op een arrest uit 2013 overwoog de Hoge Raad als volgt: voor aansprakelijkheid jegens een benadeelde op grond van de door eisers in deze zaak ingeroepen normen, (is) niet vereist dat de benadeelde belanghebbende is in de zin van de Awb. Denkbaar is immers dat de belangen van bepaalde "derden", kenbaar voor het bestuursorgaan, in zodanige mate betrokken zijn bij een besluit, dat het bestuursorgaan ook jegens deze derden - afhankelijk van de verdere omstandigheden van het geval - in strijd kan handelen met de in het maatschappelijk verkeer in acht te nemen zorgvuldigheid. Interessant is welke normen in deze kwestie waren ingeroepen? Dat was de norm dat voor schadeplichtigheid van een bestuursorgaan het enkel overschrijden van de beslistermijn onvoldoende is maar dat daarvoor bijkomende omstandigheden nodig zijn. Dat had de Hoge Raad in 2010 al bepaald en uitgewerkt.  

 

Het hof beriep zich voorts nog op een arrest van de Hoge Raad uit 2014 waaruit het belanghebbende-begrip als vereiste zou blijken. Ten onrechte, aldus de Hoge Raad: in dat arrest ging het om een ondeugdelijk gemotiveerd besluit. Die motivering is bedoeld om proceskansen in te schatten en dat kan alleen betrekking hebben op belanghebbenden bij zo'n besluit. Daarbij bepaalde de Hoge Raad expliciet dat zo'n deugdelijke motivering niet strekt tot bescherming van vermogensbelangen van niet-belanghebbenden.

 

Door deze laatste overweging in het recente arrest van de Hoge Raad lijkt de kring van benadeelden, die aanspraak op schadevergoeding kunnen maken, groter te zijn bij te late besluiten dan bij ondeugdelijke besluiten.