7 * babyverwisseling-en-verjaring Babyverwisseling en verjaring

Babyverwisseling en verjaring

Babyverwisseling in 1953: is het ziekenhuis hiervoor nog aansprakelijk?

Deze vraag lag onlangs voor bij de rechtbank Zeeland-West- Brabant . Eiser ontdekte in 2013 dat hij 60 jaar daarvoor als baby verwisseld was in het Sint Ignatius ziekenhuis in Breda. Hij stelt hiervoor Stichting Amphia, als rechtsopvolger van het ziekenhuis, aansprakelijk. Nadat Stichting Amphia hem als geste een weekendje weg ter waarde van € 500,- had aangeboden en eiser dit aanbod als "kleinerend" had afgewezen, stapte hij naar de rechter voor een (immateriele) schadevergoeding. Stichting Amphia beriep zich vervolgens in de procedure op verjaring van de vordering.

Volgens vaste rechtspraak valt de aanvang van de verjaringstermijn samen met het moment waarop de vordering tot vergoeding van schade uit onrechtmatige daad van is ontstaan, dat wil zeggen met het moment waarop de schade is geleden c.q. veroorzaakt. Dit ongeacht de vraag of eiser op dat moment bekend was met de schade en zijn vordering. Op grond hiervan startte de verjaringstermijn in deze zaak dus al in 1953 en was zij na 30 jaar in 1983 afgelopen. De door eiser in 2015 ingestelde vordering was op dat moment dus al meer dan 30 jaar verjaard. Een beroep door eiser op de korte verjaringstermijn van vijf jaar, die aanvangt op de dag volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden, faalt in dit geval omdat de schadeveroorzakende gebeurtenis al vóór 1 februari 2004 had plaatsgevonden (zie artikel 119b van de overgangswet nieuw BW).

Ook het door eiser gedane beroep op doorbreking van de absolute verjaringstermijn treft geen doel. Om tot een oordeel te komen of het beroep van Stichting Amphia op de absolute verjaringstermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, toetste de rechtbank aan een zevental, in een arrest van de Hoge Raad uit 2010 opgenomen, gezichtspunten (soort schade, andere dekking?, mate van verwijtbaarheid, waarschijnlijkheid schade, verweermogelijkheden, verzekering? en rechtsmaatregelen na bekend worden schade). Slechts één van deze zeven gezichtspunt spreekt vóór doorbreking van de verjaringstermijn: eiser had inderdaad geen andere dekking voor zijn immateriele schade . En hoewel de rechtbank begrip heeft voor het feit dat de ontdekte verwisseling een bijzondere impact heeft op het leven van eiser, concludeerde zij na weging van alle gezichtspunten dat het beroep van Stichting Amphia op de verjaringstermijn onder de gegeven omstandigheden niet onaanvaardbaar was. De vordering van eiser werd afgewezen.