13 * no-escape No escape

No escape

“Pal vóór en tijdens de afdaling op de trap door de groep werd handmatig vanuit een controlekamer rook geproduceerd vanuit twee rookmachines, dit in combinatie met lichtflitsen, verlichting vanuit een drietal bouwlampen en harde geluidseffecten.(…) In het dossier bevindt zich een video-opname van de groep toen deze zich bevond in voormelde laatste ruimte; te zien valt dat enkele leden van de groep, onder wie eiser, het metalen traliehek openden en de trap af gingen. Van het ongeval zelf zijn geen beelden beschikbaar." 

Eiser was 63 jaar en nam deel aan een personeelsuitje in een escaperoom. Vanwege het ontbreken van camerabeelden, het zakelijk relaas van eiser: “Toen de groep de puzzel in de laatste ruimte had opgelost en zij het traliehek konden openen, begon het gat waarin zich de houten smalle trap bevond zich te vullen met mist. Het zicht in het trapgat werd ernstig beperkt door hel licht in combinatie met de mist; hij daalde de trap af terwijl hij zijn beide handen vasthield aan de reling en liep, min of meer op de tast pal achter zijn voorganger aan. Omdat de armleuning stopte, meende hij dat hij al op de begane grond was, maar in werkelijkheid bevond hij zich op het kleine platform. Hij heeft toen een misstap gemaakt en is gevallen met de beenbreuk als gevolg. Hij kon voordat hij de trap afging de situatie niet inschatten, met name niet de knik in de trap, omdat een het ander voor hem niet zichtbaar en kenbaar was.”.

De vraag die de rechter in Breda moest beantwoorden was of de exploitant van de escaperoom aansprakelijk is voor de schade van eiser. Om die vraag goed te kunnen beantwoorden ‘doet’ de rechter zelf ook de escaperoom. Met deze bevindingen: “Eiser heeft de trap betreden vanuit een ruimte waarin wisselend harde geluidseffecten te horen waren, bliksemschichten vertoond werden en mistwolken uit het te betreden trapgat te voorschijn kwamen. Daarnaast had eiser te stellen met hel licht dat wisselend aan en uitging en gepaard ging met miststoten uit de beide rookmachines. Deze door gedaagden gecreëerde omgeving heeft - zoals de rechtbank tijdens de descente zelf heeft ondervonden - een desoriënterende werking; het veilig betreden van de - steile- trap naar beneden werd hierdoor bemoeilijkt, zo viel het de rechtbank op tijdens de descente, en vergt de volle aandacht van de deelnemer aan het spel. Bovendien moest voor eiser, die veiligheidshalve beide armleuningen vastgreep en de trap bij gebreke van voldoende zicht afdaalde pal achter zijn voorganger (…).

Bij deze stand van zaken moet gezegd worden dat het alleszins voor de hand ligt dat een speldeelnemer zoals eiser bij nadering van het platform niet de geboden zorgvuldigheid en oplettendheid in acht neemt die de situatie vergde."

Vervolgens betrekt de rechter de overige criteria van het Kelderluik-arrest (NJ 1966/136): hoe groot is vervolgens de kans op een ongeval en met welke gevolgen? En: hoe bezwaarlijk zijn veiligheidsmaatregelen om dat te voorkomen? Dat pakt voor de escaperoom slecht uit: vallen van een trap leidt gemakkelijk tot ernstig letsel, aldus de rechter. Veiligheidsvoorzieningen, in de vorm van reflecterende strips en een extra leuning, waren eenvoudig en inmiddels ook aangebracht. Al met al dient de escaperoom de nog precies te bepalen schade van eiser te vergoeden.