10 * wetsvoorstel-onredelijk-lange-betaaltermijnen Wetsvoorstel onredelijk lange betaaltermijnen

Wetsvoorstel onredelijk lange betaaltermijnen

Dat is het onderwerp van een vorige maand ingediend initiatief wetsvoorstel van CDA/PvdA genaamd: “Wet uiterste betaaltermijn van zestig dagen voor grote ondernemingen”. Het wetsvoorstel wil betalingstermijnen van langer dan 60 dagen tegen gaan in het handelsverkeer tussen grote en kleine ondernemingen. Zulks ter bescherming van mkb en zelfstandige ondernemers die diensten of goederen leveren aan grote ondernemingen. Als grote ondernemingen worden onder meer beschouwd bedrijven met meer dan 250 werknemers en een omzet van meer dan 40 miljoen. Het wetsvoorstel betreft een aanscherping van de huidige wettelijke regeling om betalingstermijnen van meer dan 60 dagen overeen te komen en is een verdere uitwerking van de Europese richtlijn late betalingen.

 

Meer concreet bepaalt het wetsvoorstel dat betalingstermijnen langer dan 60 dagen nietig zijn en van rechtswege worden omgezet in 30 dagen. Bang dat mkb’ers en zelfstandigen geen gebruik zullen maken van hun nieuwe rechten vanwege een afhankelijkheidsrelatie zijn de initiatiefnemers blijkens de toelichting niet omdat voor deze nieuwe rechten een verjaringstermijn van vijf jaar geldt: “De leverancier kan na vijf jaar de wettelijke handelsrente dus niet meer opeisen. Binnen de periode van vijf jaar is dit wel mogelijk, een leverancier hoeft hierbij niet eerder een melding te hebben gemaakt bij de afnemer. Door de termijn van vijf jaar is de kans aanwezig dat een leverancier, ondanks de afhankelijkheidsrelatie, de wettelijke handelsrente in deze periode durft op te eisen. Dit kan zijn doordat de handelsrelatie in deze periode tot een einde is gekomen of, in de situatie dat een afnemer structureel de wettelijke handelsrente niet betaalt, de baten gaan opwegen tegen het mogelijk verliezen van de klant. Het risico voor de afnemer neemt hierdoor toe. De kans wordt hierdoor groter dat grootbedrijven gaan besluit zich te gaan houden aan de wet, waardoor grootbedrijven niet in deze situatie terecht zullen komen.”

 

Tenslotte: de voorgestelde wet geldt direct voor nieuwe overeenkomsten; voor al bestaande overeenkomsten geldt een overgangsperiode van één jaar.